pkn-logo

Hervormde wijkgemeente binnen de protestantse kerk in Nederland

­MEDITATIE

“Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken” (Johannes 14: 2-b)

Koningsdag 2017 was een bijzondere, want vanwege de 50e verjaardag van koning Willem Alexander mochten er 150 gewone Nederlanders (die dit jaar ook 50 waren geworden), bij hem op bezoek komen. Dat is ongebruikelijk. Dat de koning het land intrekt en zich met zijn gezin en familie onder de mensen begeeft, is al speciaal. Als hij vervolgens de deuren van zijn privé-verblijf openzet, dan is dat wel heel bijzonder. Een koning die je uitnodigt in zijn paleis: wie dat overkomt, knijpt zich even in zijn vel: droom ik?

De Zoon van God, de koning der koningen, die zijn volgelingen een plaats in Zijn hemelwoning toezegt. Dat is bijzonder in het kwadraat. En toch staat het er. In Johannes 14 vers 2. Het is zelfs nog intiemer, daar in de hemel, want Jezus spreekt over “het huis van Mijn Vader”. Jullie kunnen erbij zegt Jezus, niet even, maar voor altijd.

In het Johannesevangelie staan deze woorden vóór het lijden en sterven van Jezus. Ze klinken voor Zijn volgelingen op een moment dat Jezus’ levensweg allesbehalve in het teken stond van een hemels perspectief, eerder dreigde er in hun ogen een mislukt messiaans project. Maar Jezus corrigeert en troost hen: Mijn dood loopt uit op Leven en op een eeuwig verblijf in het Vaderhuis, waar ik ook voor jullie een plekje reserveer.

Na Pasen is Jezus’ belofte van heengaan naar de Vader in vervulling gegaan: Zijn hemelvaart werd een feit. Hemelvaart, dat is Kerst op zijn kop, want reken maar dat ook toen de engelen hebben gejuicht. Niet om Zijn gaan, maar om Zijn komen. Juichen om de glorieuze terugkeer van de Zoon, die door Zijn lijden, dood en opstanding de weg naar het Vaderhuis heeft geopend voor iedereen die ernaar hunkert om door dat lijden, die dood en opstanding persoonlijk gered te zijn.

Intussen betekent hemelvaart de genadeslag voor de bezitterige types onder ons – en misschien zijn we allemaal wel van zulke mensen. Die het Vaderhuis graag ‘onder ons’ hebben, met de deuren en ramen gesloten en de Zoon in het midden. Zo hadden zijn volgelingen het immers ook gedacht? Maar wat komt er van die hemelse toekomst terecht als wij Jezus hadden kunnen houden? Wat van onze zaligheid? Helemaal niks. “Ik ga plaats bereiden” zegt Jezus en precies dat zet ons op ónze plek: het wijst op werk tussen de Vader en de Zoon. Het “Ik ga heen” was onvermijdelijk en mede daarom staan de deuren en ramen van de kerk open, altijd. Omdat onze Heere van ons is weggegaan, en er een verlangen blijft naar hereniging. Maar ook om iets anders, want klonk er ook niet het “Ik kom terug” – om jullie op te halen en in het Vaderhuis onder te brengen?

“Heengaan” en “terugkomen”: de woorden doen ons verlangend nastaren omslaan in hartstochtelijk verwachten. Maar wie houdt dat vol? Wie slaagt er als aards mannetje of vrouwtje in om in die spanningsboog te leven? Onze blik mag dan een tijdje zijn gericht op hemel en einder, al gauw geven we het op, buigen we onze hoofdjes, worden we afgeleid of verleid. Maar goed dat er rond hemelvaart nóg een woord van onze Meester heeft geklonken: “Ik ben met jullie” (Mattheus 28:20). Een wonderlijk woord van Iemand die sprak van heengaan en terugkomen  en wat dat eerste betreft ook de daad bij het woord voegde.

Toch weten we sinds Pinksteren -Kerstfeest van de Geest- wat het inhoudt: het is de Geest die ons met Hem verbindt en het verlangen levend houdt. En Die ervoor zorgt dat de deuren en vensters van ons leven open blijven: want Hij komt en het Vaderhuis wacht.

Ab Jansen

Meditatie 20170519
Meditatie 20170505
Meditatie 20170421
Meditatie 20170407
Meditatie 20170324
Meditatie 20170310
Meditatie 20170210
Meditatie 20170127
Meditatie-20170113
meditatie-20161223
meditatie 20161021
meditatie 20171007
meditatie 20160917