pkn-logo

Hervormde wijkgemeente binnen de protestantse kerk in Nederland

MEDITATIE

De Hoeksteen.
(n.a.v. 1 Petr.2: 4-6)

Het is 1882. Joodse kolonisten stichten de eerste nederzetting in wat toen Noord-Palestina heette. Zij noemde die kolonie Rosh-Pinna, hoeksteen. De hoeksteen was vroeger de belangrijkste steen van het huis. De eerste steen van waaruit de bouw van een huis werd begonnen en voortgezet. De steen die het hele bouwwerk draagt. Joodse kolonisten noemden in 1882 die eerste nederzetting Rosh-Pinna, hoeksteen. Wat een hoop spreekt daaruit! Wat een vertrouwen! Deze “hoeksteen” vormde het uitgangspunt en het fundament van het nieuwe Israël.
De hele geschiedenis van Israël door heeft de hoeksteen een symbolische betekenis gehad. Sommige rabbijnen noemde Abraham de hoeksteen van Israël. Met hem is Israël begonnen en hij draagt dit volk als vader. Ook koning David kan door rabbijnen hoeksteen genoemd worden: het fundament van het koningshuis waaruit de Messias zou voortkomen. De profeet Jesaja ziet in zijn tijd hoe de leiders van het volk hun roeping verzaken. Zij misleiden het volk en het volk dreigt van God af te vallen. Hij mag van Godswege zeggen: “Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag (…) een kostbare hoeksteen …” (Jes. 28:16,17). De bedoeling is duidelijk: in de toekomst zal er een betrouwbare en rechtvaardige koning regeren over het volk van God.
Het is in Israël vaak wonderlijk gegaan met die mensen die een hoeksteen-functie hadden. Lang niet alle mensen meenden dat zo iemand geschikt was voor zijn taak. De mensen – niet zomaar mensen, maar de kenners, de bouwlieden – zeiden: “Ongeschikt! Weg ermee!” Maar de Here luistert niet naar hen. ”De steen die door de tempelbouwers verachtelijk was een plaats ontzegd, werd tot verbazing der beschouwers ten hoeksteen door God zelf gelegd…” zingt Ps.118. Een psalm die we met Pasen graag zingen. Alles wat in de Bijbel over de hoeksteen wordt gezegd wordt vervuld door Jezus Christus: op Goede vrijdag door de “bouwlieden” verworpen, maar op Pasen door God zelf verhoogd. Jezus Christus is Gods Rosh-Pinna, het uitgangspunt en het fundament van de gemeente, die uit Israël en de volkeren wordt geroepen.
Over Jezus Christus als hoeksteen gaat het ook in 1 Petrus 2. Petrus zegt dan twee dingen. Het eerste is dit: “Wij, mensen, mogen tot Hem komen en op Hem ons geloof bouwen”. Geloven is komen tot de gekruisigde en opgewekte Christus en je vertrouwen stellen op Hem alleen. We mogen het voor onszelf en voor deze wereld verwachten van Hem. Jezus Christus, Die gestorven is, verworpen is, leeft! God heeft Hem opgewekt. De dood heeft niet het laatste woord. God heeft Zijn Hoeksteen gelegd. Zijn huis komt klaar. De toekomst is aan Hem! Dat mag ons bemoedigen in een tijd waarin de dood zich in al zijn verschrikking laat zien. Wie op Christus, Die opgewekt is uit de dood, haar of zijn geloof bouwt, komt niet beschaamd uit. Dat is het eerste wat Petrus zegt. Het tweede, dat hij zegt, is dit: “Je mag jezelf als een levende steen laten leggen op die hoeksteen Christus en zo samen met Hem en alle andere gelovigen een geestelijk huis vormen”. De Heere wil ook u en jou en mij gebruiken bij de bouw van Zijn huis. Wie op Christus, de Levende, haar of zijn vertrouwen stelt, leeft, is zelf een levende steen geworden, is bruikbaar voor Hem.
Samen vormen al die stenen, die op de Hoeksteen gelegd zijn, een huis, een geestelijk huis, een huis van de Geest, waarin God gediend wordt en waarin Hij woont. Geloven kent die twee kanten: komen tot Christus en je laten gebruiken in Zijn dienst. De Heere is aan het werk gegaan in deze wereld. En met de levende Christus als hoeksteen komt Zijn werk klaar, hoe moeilijk het hier soms ook is.

Ds. G.J. Wolters.

MEDITATIES:
Meditatie-20220513
Meditatie 20220429
Meditatie 20220415
Meditatie-20220401
Meditatie 20220318
Meditatie-20220218