pkn-logo

Hervormde wijkgemeente binnen de protestantse kerk in Nederland

MEDITATIE

Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd …(Jes. 49:16)

Ik onderstreep twee woorden.
Eerst handpalmen. Toen mijn ouders 60 of 65 jaar getrouwd waren, heeft mijn oudste broer mijn ouders toegesproken rond het thema handen. Ieder van ons had herinneringen aan de handen van pa en ma opgestuurd. In ons aller herinnering ging het om werkende, zorgende handen. Beider handen waren altijd bezig, hoe divers de bezigheden ook waren.
Jezus zegt: ‘Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook’. Gods handen, Jezus’ handen staan niet stil. Als je werkt, zie je vaak de binnenkant, de handpalm van je handen. Gods handen werken en Hij ziet Zijn handpalmen waarin iets staat, beter gezegd iemand staat. Hier in Jesaja gaat dat in de eerste plaats over Sion. Sion dat klaagt dat de Heere hen verlaten heeft en vergeten is (vers 14). Je moet het maar durven beweren terwijl met enige zelfreflectie erkend moet worden dat het andersom is: Sion heeft met God gebroken en is – ondanks oproepen tot terugkeer door profeten, ondanks Zijn betoon van liefde in nabijheid – op dat spoor doorgegaan. Daarmee verschilt Sion overigens echt niet zoveel van ons in de 21e eeuw.
Tot deze notoire weglopers komt in het troostboek van Jesaja dit geweldige woord: Ik zal je nooit vergeten. Je staat in Mijn beide handpalmen. Onuitwisbaar. Gegraveerd. Getatoeëerd.
Ziet u het voor zich. Gods handen, werkende handen en voortdurend valt het licht op ‘u’. Zelfs als God Zich verbergt, Zijn aangezicht bedekt……ziet Hij Zijn handpalmen en ziet Hij Sion. Zijn handen, handen vol macht en scheppingskracht. Van Hem van wie we belijden: die niet laat varen de werken van Zijn handen. Een plek in die handen als teken dat Hij ons niet vergeet en niet los laat.
Wat een geweldige troost. Voor u. Voor uw kinderen. Zoals dat verwoord is in dit bekende ‘Gebed voor mijn kinderen’:

Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen
Graveer Gij ze daarin met onuitwisbaar schrift
Dat niets of niemand ze meer ooit daaruit kan branden
ook niet als satan ze straks als de tarwe zift.

In Zijn handen. Weet u een betere plek?

Vervolgens een streep onder u’/naam.
Je naam. Je naam heeft een diepe gevoelswaarde voor je. Die is je gegeven of is bedacht voordat je geboren werd. Het is het eerste geschenk dat je hebt gekregen in het leven. Je naam is daarom verweven met wie je bent, met je identiteit. Wat was het daarom ingrijpend voor Daniël en zijn vrienden dat hun naam werd veranderd, omdat daar de herinnering in doorklonk van de God van het verbond. Wat ingrijpend als je naam niet meer genoemd wordt. Of als die besmet is geraakt door je gang door het leven, door de keuzes die je maakte. Zo zelfs dat je naam niet meer gekend wordt. Als je je niet kunt laten voorstaan op je naam en je wordt  aangeduid met wat je bent geworden: tollenaar, melaatse, ‘loser’, verslaafde, dakloze, dief……een naamloze.
Hoe anders gaat God met ons verloren leven om, met ons mislukken,  ons weglopen van Hem. Je naam in  Zijn handen gegraveerd. Dat veronderstelt een hechte relatie. Zo kostbaar is Sion, zo intiem is het contact vanuit de Heere met haar dat ze altijd in Zijn gedachten is. Hij ziet haar steeds voor Zich. Brengt dat niet tot uitdrukking wat Paulus ergens schrijft: ‘Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, Hij kan Zichzelf niet verloochenen’.
Verwondering.  Klonk dat niet door in de belijdenis van Thomas toen hij de doorboorde handen (en zij) van zijn Meester zag: Mijn Heere en mijn God? Juist die doorboorde handen spreken van Zijn liefde voor het verlorene. Hij kwam om te zoeken wat verloren was. De afdruk staat in Zijn handen. In spijkerschrift. Nog dieper dan getatoeëerd…..!!!
Doorboord, verbrijzeld om ons zo een nieuwe naam te kunnen geven. Een koosnaam. Een naam die alleen Hij en ik kennen. Een naam, waarin al mijn zonde(n) en mislukking, pijn, verdriet verdwijnt. Mijn echte naam krijg ik van Hem.
Dat is voor een ieder die opziet naar Zijn doorboorde handen en die in deze in Zijn handen uitgetekende liefde alles vindt, daarvoor valt, daaronder schuilt. Aarzelend wellicht, met schroom. Elders zegt Hij: Ik zal mijn hand tot de kleinen wenden….. Als je daar niet te groot voor bent, heb je toekomst.
Zicht op die handpalmen….. dan rest ons niets meer dan te zingen……..

Liefde Gods die elk beminnen
hemelhoog te boven gaat,
kom in onze harten binnen
met uw milde overdaad.
Jezus, een en al ontferming,
daal van uit den hoge neer
met uw heerlijke bescherming
in ons bevend hart, o Heer.

Wat Gij eenmaal zijt begonnen
o voltooi het: maak ons rein,
tot de wereld is gewonnen
en in U hersteld zal zijn,
tot wij eeuwig bij U wonen,
schrijdende van licht tot licht,
leggend onze gouden kronen
zingend voor uw aangezicht.

Henk Terlouw

MEDITATIES:

Meditatie 20190315
Meditatie 20190301
Meditatie 20190215
Meditatie 20190201
Meditatie 20190118
Meditatie 20181221
Meditatie 20181207
Meditatie 20181123
Meditatie 20181109
Meditatie 20181026
Meditatie 20181012
Meditatie 20180928
Meditatie 20180914
Meditatie 20180831
Meditatie 20180803
Meditatie 20180720
Meditatie 20180706
Meditatie 20180622
Meditatie 20180608
Meditatie 20180525
Meditatie 20180511

Meditatie 20180427
Meditatie 20180418
Meditatie 20180330
Meditatie 20180305
Meditatie 20180216
Meditatie 20180202
Meditatie 20180108
Meditatie 20171222
Meditatie 20171201
Meditatie 20171117
Meditatie 20171103
Meditatie 20171016
Meditatie 20171006
Meditatie 20170924
Meditatie 20170904
Meditatie 20170824
Meditatie 20170804
Meditatie 20170714
Meditatie 20170630
Meditatie 20170616

Meditatie 20170602
Meditatie 20170519
Meditatie 20170505
Meditatie 20170421
Meditatie 20170407