pkn-logo

Hervormde wijkgemeente binnen de protestantse kerk in Nederland

MEDITATIE

Eeuwige liefde
Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad (Jeremia 31:3)

Jeremia is een man die ellende gezien heeft. In de verwoesting van Jeruzalem. Ook in de woorden die hij moest spreken in zijn profetie tot Israël: waarschuwing en oordeelsprediking. Aankondiging van het oordeel van de Heere vanwege het geestelijk overspel van het volk Israël. Dat was een zware last voor hem.
De hoofdstukken 30 t/m 33 vormen een uitzondering op deze oordeelsprediking. Ze worden wel genoemd het troostboek van Jeremia. Hij zingt erin van een heilrijke toekomst door Gods liefde en genade. Een lied dat klinkt als van de kant van het volk alles hopeloos is en het zucht onder de gedeeltelijke deportatie naar Babel. Als het niet erger lijkt te kunnen worden en het toch erger wordt: de verwoesting van stad en tempel komen nog.
Dit lied zingt op dat moment over een nieuwe toekomst. Spurgeon raadt zijn luisteraars aan om veel na te denken over dit vers. In het boek ‘Het zien op Jezus’ van Isaac Ambrosius staan woorden van gelijke strekking: concentreer je op de liefde die er is in Gods Vaderhart.  Laat die liefde je raken.
Het gaat hier over Zijn Liefde die Hij in Zijn hart koestert voor mensen. Hij spreekt Israël aan en zegt dat Hij dat volk van het begin af aan heeft liefgehad. En die liefde zal het ook in de toekomst altijd gezelschap houden.
Liefde, liefhebben is een wérkwoord. Het betekent iets doen. God zegt dus: ‘Ik heb je altijd liefde bewezen, betoond.’ Hij bewéés Zijn liefde aan Israël. Hij verloste het volk uit de slavernij in Egypte. Maar Zijn liefde redt het eveneens uit de nationale dood van de ballingschap in Babel.
Gods liefhebben, dat verlost van ellende en dood, dat bevrijdt van zonde en schuld. Christus heeft de liefde van God, van Zijn Vader, zichtbaar gemaakt. En voelbaar. En tastbaar. Dat deed Hij door genezingen, door heling van mensen en door woorden. Maar vooral tijdens de laatste weken en dagen van Zijn leven, toen Hij leed, onzegbaar diep. Toen Hij stierf en de vreselijk pijnlijke en verachte marteldood onderging. Beter gezegd: Hij kóós de dood. Vrijwillig en moedwillig ging Jezus de dood in.
En waarom deed Hij dat voor u, jou en mij? Om een zware last van ons af te nemen. Een loodzware last, waaronder wij voorgoed ten onder zouden gaan. De zak met lood, die de zonde is, nam Hij op Zijn schouders. ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood moest sterven’. In het kiezen van de weg van verachting, uitsluiting, bespotting en marteling blijkt Zijn liefde. Als Hij hangt tussen hemel en aarde als onderstreping van Zijn totale uitsluiting die tot een climax komt in Zijn woorden aan het einde van drie uur lijden in de duisternis van de afwezigheid van Zijn Vader: ‘Mijn God, mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten’.
Is dát geen ongekende liefde? Temeer daar die liefde – net als in het boek Jeremia – het antwoord is op bakken van ongehoorzaamheid, eigenzinnigheid en meer doel missen aan onze kant. In Jezus strekt de Vader Zijn liefdevolle armen ter verzoening naar ons uit. ‘Laat u met God verzoenen’!  In Hem overbrugt Hij de afstand.
In deze woorden zie je als het ware de vader van de verloren zoon zijn jongste zoon tegemoet rennen, hem omhelzen, voorzien van nieuwe kleding, schoenen, een ring en een feestmaal. Zijn liefde overtreft alles en doet alles ‘…daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.’
Heeft Hij uw weerstand al overwonnen? Professor Miskotte ontdekte dat zijn vroomheid de vervulling van  zijn verlangen naar God en het ervaren van Zijn aanwezigheid in de weg stond. Hij citeerde toen deze tekst van Gods liefde: ‘Ja ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb ik u getrokken met goedertierenheid’.
Waar de onvoorwaardelijkheid van Zijn liefde ons hart raakt, is er niets meer dan te zingen:

Ik wil zingen van mijn Heiland,
van Zijn liefde, wondergroot,
die Zichzelve gaf aan ‘t kruishout
en mij redde van de dood.

‘k Wil het wonder gaan verhalen,
hoe Hij op Zich nam mijn straf.
Hoe in liefde en genade,
Hij ‘t rantsoen gewillig gaf.

Ik wil zingen van mijn Heiland,
hoe Hij smarten leed en pijn,
om mij ‘t leven weer te geven,
eeuwig eens bij Hem te zijn.

Zing, o zing van mijn Verlosser,
met Zijn bloed kocht Hij ook mij.
Aan het kruis schonk Hij genade,
droeg mijn schuld en ik was vrij.

Henk Terlouw

MEDITATIES:
Meditatie 20200327
Meditatie-20200313
Meditatie 20200301
Meditatie 20200214
Meditatie-20200131
Meditatie-20200117