pkn-logo

Hervormde wijkgemeente binnen de protestantse kerk in Nederland

MEDITATIE

„Want wij kennen ten dele” (1 Korinthe 13: 9)

De corona-crisis heeft heel wat bekende slogans extra naar voren gehaald. “Houd afstand”, is er zo een. Ook kwamen er nieuwe termen bij: de anderhalve meter-samenleving bij voorbeeld. Die kende ik nog niet.
De zin die mij het meest is bijgebleven is die van premier Rutte: „We moeten 100 procent beslissingen nemen op basis van 50 procent kennis”. Ietwat verontschuldigend kwam hij er tijdens persconferenties meermalen mee op de proppen. Terecht, want veel was en is nog onbekend van dit virus.
Na drie, vier keer dat zinnetje te hebben gehoord, begon het als een belijdenis te klinken, en iets religieus te krijgen. Als vanzelf kwamen daardoor Paulus’ woorden uit 1 Korinthe 13 bij mij op: „Want wij kennen ten dele”.
Kennis staat in dit hoofdstuk uit de Korinthe-brief op één lijn met tal van andere gaven van de Geest: profeteren, leren, talen spreken én verstaan. Ze accentueren de opbouwende gedeeldheid van de christelijke gemeente als zijnde het ene lichaam van Christus. Maar ze rechtvaardigen niet een áfbrekende verdeeldheid ervan. En precies daarvan was sprake in de gemeente van Korinthe.
Wat is Paulus’ remedie? In ieder geval niet een oproep tot accentueren, en al helemaal niet tot een ik-gericht isoleren van al die talenten, in de zin van: ieder voor zich en “kijk mij eens”. Nee, Paulus roept op tot relativeren. In de letterlijke zin: koppel deze gaven van de Geest gemeente breed aan elkaar en maak ze dienstbaar. En dat geldt dus ook van die kennis. Zelfs als die rechtstreeks van God komt (want door de Geest geschonken), is die kennis ten dele, onaf, onvolmaakt en eindig.
Maar hoe doe je dat, dat relativeren? Paulus is vol lof over een geschenk van de Geest dat we hier nog niet genoemd hebben, maar waarmee hoofdstuk 13 vol staat: de liefde. Die gave is wél volmaakt, is wel onbederfelijk en eeuwig. Dat komt omdat de hemel er vol mee is, en vol ván is.
Van die hemelse volmaakte liefde gunt de Geest de gemeente al iets te ervaren, en precies die ervaring staat garant voor een relativerend leven, dat is: een dienstbaar leven, waarin verscheidenheid niet wrikt, maar bindt.
Akkoord, christenen zijn geroepen om pelgrim te zijn, op weg te gaan. Tegelijkertijd mogen ze nu al als hemelburgers leven. Zulke burgers zijn geen calculerende burgers, ook niet met kennis die God-gegeven is, maar ze zijn toch vooral dienstbare burgers. Onderdanen die hun van nature “dikke ik” leren inruilen voor een ruimhartig “wij”.
Rutte probeerde de afgelopen tijd 17 miljoen losse steentjes ook wat aan elkaar te lijmen, maar verder dan „houd een beetje rekening met elkaar” kwam hij niet. Breken (houd afstand) en lijmen (houd rekening met elkaar) ís ook lastig. Toch klonk het een beetje sneu, zeker vergeleken met de „alles overtreffende weg” die Paulus de Korinthiërs wijst (1 Korinthe 12: 31), die van een leven uit Gods liefde.
Gaan hemelburgers in tijden van nood en dood ook naar buiten toe om verschil te maken? Rutte een beetje helpen? Dat zou zomaar kunnen.
Deze week las ik weer eens het aangrijpende boek van de Amerikaanse historica Barbara Tuchman “De waanzinnige veertiende eeuw”. In het hoofdstuk over de pest beschrijft ze de ongekende verkilling: „Een vader bezocht zijn zoon niet, en de zoon zijn vader niet. De naastenliefde was dood.” Echter niet helemaal, zo vervolgt ze. Tuchman citeert dan een kroniekschrijver van toen (1348): „In Parijs verzorgden de nonnen van het Hotel Dieu de zieken met alle liefde en nederigheid, die zij in zich hadden, zonder enige angst voor de dood.”
Van zulke voorbeelden zijn er vast ook vandaag veel te vinden, wellicht wat minder dramatisch, maar toch. Voorbeelden van christenen die, levend vanuit de Korinthebrief „rekening met elkaar en anderen houden”, en niet zo’n beetje ook.

Ab Jansen

MEDITATIES:
Meditatie 20200703
Meditatie 20200619
Meditatie-20200605
Meditatie 20200522
Meditatie 20200508
Meditatie-20200424
Meditatie 20200327
Meditatie-20200313
Meditatie 20200301