pkn-logo

Hervormde wijkgemeente binnen de protestantse kerk in Nederland

MEDITATIE

Als er niets te danken is…

Dit zal ik ter harte nemen, daarom zal ik hopen: het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is! Nieuw zijn ze, elke morgen; groot is Uw trouw! Mijn deel is de HEERE, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen. (Klaagliederen 3: 21 -24)

Klaagliederen is geen vrolijk boekje. De eenzaamheid en vertwijfeling spatten als het ware van de pagina’s af. Het boekje bevat een viertal alfabetdichten: elke letter van het Hebreeuwse alfabet wordt gebruikt als startletter van een vers. Het acrostichon in hoofdstuk 3 bevat per letter drie verzen. De eenzaamheid en vertwijfeling worden niet in een opwelling aan het papier toevertrouwd, maar ze doortrekken het verdriet dat in de structuur van deze dichtvorm verwoord wordt. Weloverwogen is dit lied tot stand gekomen. Dit klaaglied, deze aanklacht. Want daar heeft het wel wat van weg: van een aanklacht tegen God.
Lees maar even mee: stok van Zijn verbolgenheid; mij geleid in duisternis; mijn vlees doen wegteren, mijn beenderen gebroken; Hij sluit Zijn oren voor mijn gebed; Hij is mij een loerende beer; ik ben het doelwit voor Zijn pijlen. Het absolute dieptepunt is de uitspraak in vers 18: ‘Mijn sterkte is vergaan en mijn hoop van de Heere’.
Aangrijpend zijn de omstandigheden waaronder Jeremia spreekt. Aangrijpend ook hoe Jeremia hier in dit lied over God spreekt. Dat dit lied een plek heeft gevonden in de Bijbel, Gods Woord aan ons! Klagen mag blijkbaar. Het verdriet mag van A tot Z, zonder iets achter te houden, worden leeggegoten voor Zijn aangezicht. Ondanks en in alle krasse woorden en beelden van dit lied is hier iemand die met zijn verdriet naar God toe kruipt en zich aan Hem vastklampt. ‘Heere waar bent U in deze ellende? Ik kan Uw aangezicht daar niet vinden.’
En dan, zomaar midden in het hoofdstuk, een omslag. Van vervlogen hoop naar houvast, vertrouwen, hoop. In alle ellende van Jeruzalem en van Jeremia breekt een ander perspectief door, straalt het licht van Gods goedheid in volle glans. Er is niets veranderd en toch verandert alles. ‘Dit zal ik mij ter harte nemen.’ Of, zoals ook wel vertaald wordt: ‘Dit zal ik mij te binnen brengen.’ Jeremia pakt als het ware zichzelf aan en grijpt in. Hij richt zijn gedachten bewust op de goedertierenheid van de HEERE. Net als in Psalm 42 wordt verwoord: ‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God…’ Jeremia begint nu aan de andere kant. Net nog stond hij zelf centraal en zag hij alleen alle problemen die als golven over hem heen kwamen en kon hij God alleen zien als Veroorzaker van alle pijn, moeite en verdriet.
Hier draait hij het om. Het is Zijn genade, Zijn liefde, Zijn goedertierenheid dat ik nog leef. Hij vindt houvast in Gods goedheid. Als er niets te danken meer is, vindt hij de vaste grond in Gods barmhartigheid en genade, die Hij heeft betoond in Zijn omgang met Zijn volk.
Dat is voor ons nog meer zichtbaar geworden dan voor Jeremia. Nu Hij in Zijn Zoon Jezus Christus alles gegeven heeft wat er maar te geven is. Hij gaf Zijn Zoon als offerlam om te dragen wat wij hadden moeten dragen. Hij kwam om. Voor ons. Zo krijg je het goede zicht op Hem. Hij is geen loerende beer, niet Iemand die zijn pijlen dwars door je heen schiet, maar een God Die alles voor mensen heeft overgehad.
Hopen op Hem heeft zin. Zijn liefde stopt nooit. Zijn trouw is groot. Zijn genade is altijd nieuw. Zijn ontferming is nooit ouder dan een dag: ze is elke morgen nieuw. Om Jezus’ wil is Hij het deel van allen die geloven.
Is dat niet de grond onder Jeremia’s belijdenis? Te weten: de Heere is mijn deel? Alle aardse erfdeel is weg, de gekochte akker als aards bezit is waardeloos. In de worsteling van dit lied, op het diepste punt, midden in alle misère, is dit het enige houvast: ‘Mijn rots, mijn deel, mijn enig goed.’ Zelfs daar is Hij, zoekt Hij mij op, weet en ervaar ik: ‘Geen put zo diep of Zijn armen reiken dieper’.

Vaste rots van mijn behoud
als de zonde mij benauwt,
laat mij steunen op uw trouw
laat mij rusten in uw schauw
waar het bloed door U gestort
mij de bron des levens wordt.

Henk Terlouw

MEDITATIES:
Meditatie-20191108
Meditatie 20191025
Meditatie 20191011
Meditatie-20190927
Meditatie 20190913
Meditatie 20190830
Meditatie 20190816
Meditatie 20190719
Meditatie 20190705
Meditatie 20190621
Meditatie 20190607
Meditatie 20190524
Meditatie 20190510
Meditatie 20190426
Meditatie 20190412
Meditatie 20190329
Meditatie 20190315
Meditatie 20190301
Meditatie 20190215
Meditatie 20190201
Meditatie 20190118
Meditatie 20181221
Meditatie 20181207
Meditatie 20181123
Meditatie 20181109
Meditatie 20181026
Meditatie 20181012
Meditatie 20180928
Meditatie 20180914
Meditatie 20180831
Meditatie 20180803
Meditatie 20180720
Meditatie 20180706
Meditatie 20180622
Meditatie 20180608
Meditatie 20180525
Meditatie 20180511

Meditatie 20180427
Meditatie 20180418
Meditatie 20180330
Meditatie 20180305
Meditatie 20180216
Meditatie 20180202
Meditatie 20180108